Terug naar Geschiedenis

Fanfare ‘Arbeid’

arbeid-v_0

Fanfare Arbeid ontstond tijdens de laatste oorlogsmaanden van 1918, in volledige illegaliteit, want elke vorm van

verenigingsleven was door de bezetter verboden.
Het initiatief ging uit van het bestuur van de propagandaclub binnen de zogenaamde “ Raad van het Volkshuis”, bestuursorgaan van de toenmalige Belgische Werkliedenpartij.
Oorspronkelijk werd enkel gewag gemaakt tot het oprichten van een orkest om partijfeesten op te luisteren of op te stappen ter gelegenheid van politieke manifestaties.
Het zogenaamde orkest groeide echter weldra uit tot een volwaardige fanfare die ook aandacht zou besteden aan het geven van kiosk- en zaalconcerten.
De basis werd gelegd op 4 augustus 1918 toen in de propagandaclub het voorlopige reglement tot toetreding werd voorgelezen.
Op 15 augustus werd de eigenlijke stichtingsvergadering gehouden waar het reglement werd goedgekeurd in aanwezigheid van 14 van de 16 muzikanten die hun toezegging hadden gegeven, benevens 4 leden van de propagandaclub.
Tevens werd besloten om kandidaat -beschermleden een bijdrage te laten betalen van 2,5 bfr. Als eerste beschermlid werd ingeschreven: Jules Deconinck, later gemeenteraadslid en volksvertegenwoordiger.
De eerste repetitie vond plaats op zondag 8 september. Meester Arthur Loontjes was de eerste dirigent en Robert Steenhuyse fungeerde als eerste voorzitter.
Onder de aanwezige muzikanten onthouden wij vooral de namen van Maurice Dekimpe en Remi Debonne die later nog zouden fungeren als respectievelijk voorzitter en dirigent van de fanfare.
Eerste voorzitter Robert Steenhuyse, die in de periode voor de 2de wereldoorlog tijdelijk werd opgevolgd door Maurice Dekimpe en Henri Tijtgat, nam zijn functie opnieuw waar na de bevrijding in 1944. Na zijn overlijden in 1950 nam Maurice Dekimpe terug de scepter over tot in 1962, datum van zijn oppensioenstelling.
Hij werd opgevolgd door Jules Vannieuwenhuyse die onmiddellijk een doorgedreven campagne voerde voor het werven van nieuwe beschermleden en het uitbreiden van de huisbezoeken bij leerling –muzikanten.
Financieel had de fanfare toen zeker een opsteker nodig, want het overschakelen van de “oude” naar de nieuwe diapason had einde 1962 een serieuze aderlating tot gevolg voor de verenigingskas. Het bezoek met erelidkaarten bij de plaatselijke handel- en nijveraars werd een succesvolle operatie.
Nadat de fanfare in 1973 eindelijk ook voorzien was van een uniform startte de voorzitter het daaropvolgende jaar een actie tot het aanleggen van een uniformfonds, in het vooruitzicht van latere aanvulling en vernieuwing van de uniformen.
Ook deze actie kende een buitengewoon succes en zou het korps voor lange tijd solvabel maken.
Het plotse en voortijdig overlijden van Jules Vannieuwenhuyse in 1985 zorgde voor en grote leemte binnen de raad van bestuur van de fanfare.

../…

Na verschillende raadplegingen binnen de rangen van het korps werd uiteindelijk een opvolger gevonden in de persoon van Freddy Eggermont, vader van een van onze jonge muzikanten. Hij werd in zijn functie bekrachtigd tijdens de bestuursvergadering van 28 oktober 1985. Net zoals zijn voorganger hield hij er van bij het begin aan om wekelijks aanwezig te zijn op de repetities van de fanfare en zorgde ook voor bijkomende werving van steunende leden uit zijn kring van kennissen.
In het jaarverslag van 1986 vermeldde de secretaris dan ook terecht dat de nieuwe voorzitter zich als een waardige opvolger had aangemeld.
Toen in het jaar 2000 diende te worden voorzien in de vervanging van de secretaris –penningmeester, aanvaardde de voorzitter om ook deze taak voorlopig op zich te nemen.
Een en ander leidde ertoe dat niet onmiddellijk een vervanger kon gevonden worden voor de functie van secretaris –penningmeester. Tenslotte zou Freddy Eggermont deze functie definitief overnemen en werd een nieuwe voorzitter aangesteld. Na het bijwonen van een paar bestuursvergaderingen werd Patrick Verhamme met algemeenheid van stemmen verkozen tot onze huidige voorzitter. Tijdens zijn nog korte loopbaan bewees hij zijn taak terdege aan te kunnen en ook open te staan voor nieuwe initiatieven.

Inzake dirigenten werd tijdens de beginperiode nogal dikwijls omgewisseld tussen de spelende leden van het korps onderling. Na Arthur Loontjes kwamen tijdens de eerste 8 jaar nog een drietal gegadigden de dirigeerstok hanteren.
In 1926 werd dan beroep gedaan op Emiel Ghekiere, een meer geschoold muzikant uit Moorsele. Na 7 jaar dienst hield hij het echter voor bekeken en werd in 1933 vervangen door Remi Debonne, reeds muzikant van bij de stichting. Hij wist dus terdege hoe met de muzikanten en bestuursleden om te gaan.
Gedurende 23 jaar had hij de leiding over de fanfare, tot hij in 1957, na het kermisconcert, wegens ziekte moest afhaken.
Voor het daaropvolgende winterconcert van december 1957 werd Leon Monbaillieu, trombonist binnen het korps, als voorlopig dirigent aangesteld. Dit “voorlopig” zou echter duren tot en met het najaarsconcert 1989, toen betrokkene vond dat hij, na 32 jaar, genoeg armgezwaai had verricht. Hij, Leon, ging terug plaats nemen tussen de muzikanten, ditmaal als tubaspeler, en bleef verder lid van de raad van bestuur.
Opvolger Mark Dick, sinds 1966 spelend lid bij de fanfare, had zich op muzikaal vlak opgewerkt tot muziekleraar en was al enkele jaren beroepshalve actief bij de Muziekkapel van de Belgische Zeemacht. Hij kon dus bogen op een degelijke muzikale basis.
Wegens bijkomende verplichtingen in het muziekonderwijs werd Mark echter genoodzaakt om in het jaar 2000 ontslag te nemen als dirigent. In de mate van het mogelijke is hij nog steeds present als hoornist op de concerten.
Een poging om een geschoolde muzikant van buiten het korps aan het roer te krijgen leed reeds na een drietal maanden schipbreuk, zodat opnieuw beroep diende gedaan op een lid van de fanfare zelf.
De logische keuze viel op Martin VanWalleghem, net als zijn voorganger lid van de Muziekkapel van de Belgische Marine.
Nu al drie jaar wordt er onder zijn leiding gemusiceerd en het mangelt hem zeker niet aan inzet. Zo speelde hij het klaar om in 2001 Minister van State Willy Claes te strikken voor een gastoptreden in samenwerking de Fanfare Arbeid en het Jeugdorkest De Notekrakers.
Voor dit optreden was de concertzaal van het Cultuurcentrum Guldenberg werkelijk te klein en werden solist en plaatselijke muzikanten met een staande ovatie bedacht.

EVOLUTIE:
Bij de stichting van de vereniging werd enkel gewag gemaakt van een orkest en beperkten de optredens zich bijna uitsluitend tot wandelconcerten. Geleidelijk aan en naarmate het korpseffectief groeide werd ook uitgekeken voor het geven van zaal- en kioskconcerten. Op 1 mei 1921 vond zodoende het eerste zaalconcert plaats met uitvoering van een tiental nummers.
Ook het muzikale peil ging geleidelijk aan de hoogte in en in februari 1939 werd de fanfare, na het geven van een auditieconcert onder leiding van Remi Debonne, door een jury van het Provinciebestuur gerangschikt in de tweede afdeling van de provinciale klassering voor harmonie- en fanfareorkesten.
In 1940 kwam WO II als ongenode spelbreker de repetities onderbreken. Ons repetitielokaal was door de bezetter in beslag genomen en repeteren was uberhaupt “verboten”.
Einde 1944 kon de draad opnieuw opgenomen worden, zij het dan met uitgedunde rangen ( 20-tal muzikanten). Doch in 1949 beschikte de fanfare reeds over een korps van goed 30 muzikanten en kon, door deelname aan het provinciaal toernooi de klassering in de tweede afdeling bevestigd worden.

../…
door de gestadige groei van het korpseffectief, met werving van jonge muzikanten via de plaatselijke muziekschool of lesgevers binnen de eigen vereniging, kon in 1972 gepromoveerd naar de eerste afdeling van de provinciale klassering. Bij het daaropvolgende toernooi in 1976 was de overgang naar de afdeling uitmuntendheid reeds een feit.
Deze klassering kon telkens bevestigd worden in 1981, 1987, 1993 en 1998. Na het toernooi optreden van 10 mei 2003 werd de fanfare opnieuw geklasseerd in de eerste afdeling.

OPTREDENS
Sedert WO II geeft de fanfare telkens een najaarsconcert dat vanaf 1984 plaatsvindt in Cultuurcentrum Guldenberg.
Voor het verkrijgen van de gemeentelijke subsidie diende ook tweemaal per jaar opgetreden. Dit gebeurde, voor de fusie van gemeenten, telkens met Wevelgem ommegang en met Septemberkermis in de gemeentelijke hovingen.
Tijdens de periode 1950 tot 1970 werden regelmatig uitstappen naar zee georganiseerd gekoppeld aan het geven van een concert aldaar. Tussendoor werden ook gastconcerten gegeven bij bevriende korpsen uit de omgeving naar aanleiding van jubileumvieringen of festivals.
Ter vervanging van het ommegangconcert dat na de fusie geleidelijk werd afgebouwd diende uitgekeken naar een andere gelegenheid voor het geven van een voorjaarsconcert.
Vanaf 1996 werd zodoende jaarlijks een benefiet aperitiefconcert georganiseerd in de zaal Guldenberg. Uitschieter bij deze was het concert ten voordele van het Kinderkankerfonds in 1999. in 2003 ging de opbrengst naar de actie Kom Op Tegen Kanker.
In de 90-er jaren vielen ter gelegenheid van bijzondere gebeurtenissen ook nog twee gastoptredens te noteren die telkens plaatsvonden voor een uitverkochte zaal.
In 1993, bij de viering van het 75-jarig bestaan van de fanfare speelde de Muziekkapel van de Belgische Zeemacht het jubileumconcert.
In 1995 was er het optreden van de Brassband Midden Brabant naar aanleiding van de tiende verjaardag van het overlijden van voorzitter Jules Vannieuwenhuyse.
In verband met de status binnen het korps dient genoteerd dat de fanfare sedert 1982 administratief is omgevormd, met nieuwe statuten, tot een Vereniging Zonder Winstoogmerk.

WP-Backgrounds Lite by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann 1010 Wien